E. coli en andere bacteriën in zwemwater

E. coli en intestinale enterokokken zijn bacteriën uit de darmen. Zitten er veel in het zwemwater, dan is het water vervuild met poep, van mensen of dieren. Zwemmen kan dan maag- en darmklachten geven.

Waarom meten ze juist deze bacteriën?

De bacteriën zelf maken je niet altijd ziek. Ze laten zien dat er poep in het water zit. Waar poep is, kunnen ook virussen en andere ziekmakers zijn. Daarom meet de waterbeheerder in het zwemseizoen hoeveel E. coli en enterokokken er in het water zitten.

Waar komt het vandaan?

  • Het riool na een flinke regenbui. Kan het riool het water niet aan, dan stroomt een deel naar het oppervlaktewater. Dat heet een overstort.
  • Veel vogels, zoals eenden en ganzen, op of bij de zwemplek.
  • Honden en andere dieren op het strand of in het water.
  • Mest die na regen van het land in het water spoelt.
  • Zwemmers zelf, op drukke dagen.

Welke klachten kun je krijgen?

Meestal maag- en darmklachten: buikpijn, misselijkheid of diarree. Soms een ontsteking aan je oor, je ogen of je huid. Kinderen slikken vaker water in en lopen dus meer kans. Gaan de klachten niet over, bel dan je huisarts.

Je ziet het niet

Bacteriën zie of ruik je niet. Alleen een meting laat zien of er te veel in het water zitten. De uitslag van het lab komt meestal na een paar dagen. Is de waarde te hoog, dan zet de provincie een waarschuwing of een negatief zwemadvies op de plek, en de waterbeheerder meet opnieuw. Is het water weer goed, dan gaat de maatregel eraf.

Zo verklein je de kans

  • Zwem liever niet vlak na een flinke regenbui, zeker niet bij een plek waar een riool uitkomt.
  • Slik zo weinig mogelijk water in.
  • Douche na het zwemmen en was je handen voor je gaat eten.