Blauwalg groeit het best in stilstaand water met veel voedingsstoffen, bij een watertemperatuur van 20 tot 30 graden. Daarom zie je het vooral in warme zomers, en meestal later in het seizoen.
Sommige blauwalgen maken giftige stoffen. In een drijflaag aan de kant kan daar veel van zitten. Zie je een groene laag of ruik je iets, ga dan niet het water in, ook als de status nog goed is: een meting loopt soms achter. Meer lees je bij blauwalg in zwemwater.
Bron: Informatiepunt Leefomgeving (IPLO), Zwemmen in oppervlaktewater.
Bijgewerkt op .